Lomografie is natuurlijk uitermate geschikt om flink mee te experimenteren. Door verschillende technieken toe te passen kun je verbazingwekkend verrassende effecten bewerkstelligen. Zo is double exposure een veel toegepaste techniek die relatief makkelijk is toe te passen met bijvoorbeeld de Holga, maar ook de LC-A is er geschikt voor. Op de Fisheye no.2, de LC-A+ en de Lubitel+ zit zelfs een speciale schakelaar om het je gemakkelijk te maken. Om het proces te begrijpen is het goed om eerst even in de theorie te duiken.

De belichtingstijd is de tijdsduur die beschrijft hoe lang een lichtgevoelige plaat of ander lichtgevoelig element wordt blootgesteld aan het licht. Dit kan dus bijvoorbeeld een filmrolletje zijn of in het digitale tijdperk de beeldchip van je digitale spiegelreflex- of compact camera. 

De belichtingstijd op een fotocamera is vaak instelbaar, automatisch of handmatig. De belichting is instelbaar in stops waarbij elke stop dubbel zoveel licht doorlaat. Bij een te lange belichtingstijd raakt je afdruk overbelicht. Je negatieffilm wordt dan veel te zwart na het ontwikkelen. Wanneer de belichtingstijd te kort is wordt de film onderbelicht en blijft dan te wit. Een onderbelichte film kan in het ontwikkelingslaboratorium wel opgetrokken worden, maar dat komt niet ten goede van de resolutie van de foto. Er ontstaat dan veel ruis in de foto. 

De juiste belichtingstijd wordt bepaald in combinatie met de grootte van het diafragma en de lichtgevoeligheid van de film. Hoe kleiner het diafragma, hoe langer de belichtingstijd. Bij een grotere gevoeligheid van de film, dus bij een zogenaamd hogere ISO waarde, hoort een kortere belichtingstijd. 

De meeste camera’s zijn automatisch, zodat je je niet druk hoeft te maken over de belichting. De camera leest een soort barcode op je filmrolletje en ziet zo welke film er in je toestel zit. Een eenvoudige vuistregel voor het nemen van een foto zonder statief is dat de belichtingstijd in seconden kleiner moet zijn dan 1 gedeeld door de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief, je lens,  in millimeter. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat er geen bewegingsonscherpte optreedt. Bijvoorbeeld: fotografeer met 1/60 met een 50mm objectief (1/50 bestaat niet, 1/60 licht er het dichtst bij). 

Wordt dit al abracadabra voor je? Dan zullen we het theoretische gedeelte even laten voor wat het is en eens kijken naar wat double exposure nu eigenlijk is. 

In de fotografie is double exposure een techniek, waarin een stukje film twee of meerdere malen belicht wordt door een verschillend onderwerp te fotograferen. De uiteindelijke foto laat dan de twee foto’s over elkaar heen zien. Je kunt deze techniek gebruiken om spookachtige, artistieke plaatjes te creëren met een aparte sfeer, maar je kunt bijvoorbeeld ook personen fotograferen op een plek waar ze niet zijn geweest. 

Het probleem met double exposures is dat wanneer de film teveel belicht wordt er uiteraard overbelichting ontstaat. Je kunt dus het beste bij weinig tot zeer weinig licht fotograferen. Daarnaast is het verstandig om altijd een statief te gebruiken. 

De achtergrond van je eerste foto kan het beste zo donker mogelijk zijn. Bijvoorbeeld donkere gebouwen of muren, verzin maar iets. Lichte elementen, zoals bijvoorbeeld neon lampen, glimmend chroom, reflecterende spiegels of felle zon springen dan uit de donkere achtergrond, waneer je de tweede foto maakt. Je eerste foto maak je dus het beste ’s avonds of ’s nachts. 

Het is ook niet geheel onbelangrijk om het filmtype dat je gebruikt in de gaten te houden, aangezien ieder type film een zekere hoeveelheid licht nodig heeft om een goed te kunnen belichten. Dat betekent dat je het beste ieder individueel shot kunt belichten met de helft van de hoeveelheid licht die nodig is. Als je bijvoorbeeld een rolletje van 100ISO gebruikt, zet dan je camera op 200ISO. 

Naast de eerder genoemde camera’s met de ingebouwde double exposure functie is het makkelijkst om een camera te gebruiken waarmee je handmatig je film kunt terugspoelen, zoals dus bijvoorbeeld de Holga, de LC-A of de Lubitel. Je spoelt gewoon voorzichtig je film terug wanneer je de eerste laag foto’s gemaakt hebt. Let er wel op dat je filmpje niet helemaal terug in het rolletje draait. Een handige manier om dit te voorkomen is door het uiteinde van het filmpje aan de opwind spoel te tapen.Vervolgens kun je gewoon opnieuw je rolletje volschieten.

Je kunt natuurlijk ook eens proberen om het rolletje na de eerste laag in een hele andere camera te laden om zo de tweede ronde er nog specialer uit te laten zien.

WORDT VERVOLGD…

 

Â